Titel :
De moord op Roger Ackroyd

Auteur(s) :
Agatha Christie

ISBN :
9789024511624




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 28.02.2012
Dr. James Sheppard is huisarts in het Engelse dorpje King's Abbott. Daar vinden achter elkaar twee sterfgevallen plaats. Eerst sterft mevrouw Ferrars, de weduwe van de rijke Ashley Ferrars. Volgens de dorpsroddel heeft mevrouw Ferrars zelfmoord gepleegd, omdat ze wroeging had over de vergiftiging van haar man een jaar eerder. Sheppard vindt dat echter kletspraat, omdat er geen enkel bewijs voor is. Dan sterft ook de rijke zakenman Roger Ackroyd. Hij wordt vermoord aangetroffen in de studeerkamer van zijn landhuis. Sheppard had eerder die avond bij Ackroyd gedineerd en kreeg later een geheimzinnig telefoontje, dat Ackroyd vermoord zou zijn. Bij terugkeer trof Sheppard Ackroyd inderdaad dood aan. Ackroyd is weduwnaar en heeft een stiefzoon, kapitein Ralph Paton. Ralph staat niet zo goed bekend in het dorp; hij is gemakzuchtig en verkwistend. Hij blijkt na de moord opeens verdwenen te zijn. Verder wonen op het landgoed van Roger ook nog mevrouw Ackroyd en haar dochter Flora. Mevrouw Ackroyd is de verarmde weduwe van Cecil Ackroyd, de overleden broer van Roger. De overige personen op het landgoed van Ackroyd op de avond van de moord zijn: Miss Elizabeth Russell (de huishoudster van Ackroyd), Geoffrey Raymond (de secretaris van Ackroyd) en majoor Hector Blunt (jager op groot wild en vriend van Ackroyd). Naast Sheppard woont sinds kort Hercule Poirot, particulier detective in ruste. Hij kweekt nu pompoenen, maar mist het detectivewerk. Flora vraagt hem om de moord op Ackroyd te onderzoeken. Poirot stemt toe. Inspecteur Raglan, die het politieonderzoek leidt, denkt, dat Paton de moordenaar is. Zijn voetafdrukken staan namelijk onder het raam van de studeerkamer van Ackroyd. Verder verkeerde Paton in geldnood en is hij nu verdwenen. Poirot maakt zich zorgen over de afwezigheid van Paton. Het lijkt inderdaad op een soort schuldbekentenis. Poirot vindt echter, dat er te veel aanwijzingen in de richting van Paton wijzen en gaat daarom voorlopig van diens onschuld uit. Poirot denkt, dat iedereen op de een of andere manier nog iets voor hem verbergt. Dat blijkt ook wel te kloppen, want zo heeft mevrouw Ackroyd uit nieuwsgierigheid stiekem een keer in het bureau van Roger Ackroyd gekeken om te kijken of zijn testament daar lag. Net op dat moment kwam het dienstmeisje Ursula Bourne toen binnen. Raymond blijkt schulden te hebben; het legaat, dat Ackroyd hem nagelaten heeft, kwam dus net op tijd. Poirot ondervraagt ook de butler van Ackroyd, Parker. Deze blijkt vroeger zijn vorige werkgever gechanteerd te hebben. Poirot ontdekt, dat Ursula Bourne en Paton in het geheim met elkaar getrouwd zijn. Paton wilde dat zo, omdat hij zijn oom niet voor het hoofd wilde stoten. Hij was immers diens erfgenaam en wilde dat niet op het spel zetten. Ackroyd wilde echter, dat Paton met Flora zou trouwen. Ackroyd zou dan Patons schulden betalen. Ook Flora had hier baat bij, omdat ze door dit huwelijk financieel een gunstig perspectief zou hebben. Om die reden stemden Paton en Flora toe, ook al hielden ze niet van elkaar. Paton hield een en ander voor Ursula verborgen. Hij ging er vanuit, dat de relatie met Flora te zijner tijd wel zou eindigen. Poirot nodigt alle betrokkenen bij hem thuis uit en legt dan uit, dat hij de waarheid inmiddels weet. Poirot heeft Paton opgespoord. Deze was door Sheppard in een rusthuis verborgen. Sheppard is namelijk altijd erg op Paton gesteld geweest en hij overreedde hem een tijdje uit het gezicht te verdwijnen. Paton was immers de eerste verdachte. Paton bevestigt wat Ursula al verteld heeft. Hij heeft Ackroyd niet vermoord, maar beschikt niet over een alibi. Poirot geeft dan aan, dat de werkelijke moordenaar dus moet bekennen om zo Paton te redden. De volgende dag zal Poirot inspecteur Raglan de waarheid vertellen. Poirot beëindigt de bijeenkomst, maar vraagt Sheppard nog even te willen blijven. Hij vertelt Sheppard dan hoe de moord zich afgespeeld heeft. Het telefoontje voor Sheppard was bedoeld om ervoor te zorgen, dat de moord op Ackroyd nog dezelfde avond ontdekt zou worden. De moordenaar moest daarbij namelijk aanwezig zijn, omdat hij een dictafoon weg moest nemen die hij gebruikt had bij de moord. De voetsporen van Paton waren opzettelijk gemaakt om de verdenking op hem te laden. Poirot vertelt Sheppard vervolgens, dat hij de moordenaar is. Sheppard bleek ook mevrouw Ferrars gechanteerd te hebben. Hij heeft haar twintigduizend pond afgeperst, omdat hij wist, dat zij haar man vermoord had. Sheppard dacht, dat mevrouw Ferrars Ackroyd daarover wilde inlichten en daarom vermoordde hij Ackroyd. Poirot adviseert Sheppard zelfmoord te plegen. Dat is de enige uitweg uit deze zaak. Anders zal Poirot de volgende morgen inspecteur Raglan de waarheid vertellen. Wel moet Sheppard de moord uiteraard nog schriftelijk bekennen. Dan zal Paton vrijgesproken zijn. Sheppard voert de suggestie van Poirot uit. Hij schrijft zijn verhaal af en bekent daarin de moord op Ackroyd. Daarna neemt hij een overdosis veronal in. Dit boek van Christie (1890 – 1976) verscheen voor het eerst in 1926. Ik vind het een prima detectiveverhaal. Het verhaal is spannend en wordt logisch opgebouwd. Verbluffend is natuurlijk, dat de verteller van het verhaal tevens de moordenaar is. Ik heb dat totaal niet zien aankomen en werd er nogal door verrast. Dat laatste element maakt dit boek wat mij betreft tot een goede detective, omdat het natuurlijk leuk is als je als lezer niet weet te raden wie uiteindelijk de moordenaar is. Zoals altijd strooit Christie kwistig valse aanwijzingen in het rond. Je wordt dus al gauw op het verkeerde been gezet. Toch staan praktisch alle aanwijzingen wel correct in het boek. Als je lateraal denkt, zou je inderdaad op de verteller als moordenaar hebben kunnen komen. Maar uiteindelijk gaat het erom of je als lezer van het boek weet te genieten en dat kan ik in mijn geval zonder meer bevestigen.


Boekenarchief.nl