Titel :
De moordenaar waagt een gok

Auteur(s) :
Agatha Christie

ISBN :
9789024518180




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 07.01.2015
Tijdens een bombardement in Engeland in 1944 komt de rijke Gordon Cloade om het leven. Hij was kort daarvoor in New York getrouwd met de bijna veertig jaar jongere Rosaleen Hunter. Rosaleen was eerder getrouwd geweest met Robert Underhay, die rijksambtenaar in Nigeria was. Dat huwelijk was niet gelukkig, maar Underhay wilde niet scheiden omdat hij katholiek was. Rosaleen verliet haar echtgenoot daarom. Underhay stierf later aan de koorts. Rosaleen raakte door het bombardement in Engeland ook gewond, maar overleefde het. Dat gold ook voor haar broer, David Hunter, die van Ierse afkomst is. Rosaleen is door de dood van Gordon enig erfgenaam geworden en nu schatrijk. David behartigt haar zaken, omdat Rosaleen van zaken niet zo veel verstand heeft. Beiden wonen in het dorp Warmsley Vale dat ongeveer dertig kilometer van Londen ligt. Inmiddels is het 1946 geworden en diverse familieleden van Gordon Cloade zijn in financiële moeilijkheden gekomen. Zij werden altijd door Gordon gesteund met geld, maar dat is sinds zijn dood natuurlijk afgelopen. Adela Marchmont is een zuster van Gordon en weduwe. Ze heeft een dochter, Lynn Marchmont. Adela woont in een groot huis in Warmsley Vale, maar kan de diverse rekeningen niet meer betalen. Jeremy Cloade is een broer van Gordon. Hij is getrouwd met Frances en advocaat van beroep, maar heeft veel geld uit zijn firma verduisterd. Hij zit dus ook om geld verlegen. Als Rosaleen zou sterven, zou het geld van Gordon conform de geldende wettelijke regels weer terugkeren naar de familie Cloade. Naast Adela en Jeremy behoren daartoe ook nog Dr. Lionel Cloade - arts van beroep, getrouwd met Katherine en ook een broer van Gordon - en Rowley Cloade. Rowley is de zoon van Maurice Cloade, de overleden broer van Gordon. Rowley is een boerderij begonnen die door zijn oom gefinancierd werd. Lynn is verloofd met Rowley. Een week later verschijnt een zekere Enoch Arden in Warmsley Vale. Hij komt uit Zuid-Afrika en begint David Hunter te chanteren. Hij stelt dat Robert Underhay helemaal niet overleden is. Als dat waar zou zijn, is Rosaleen een bigamiste en heeft ze geen recht op het geld van Gordon Cloade. Enoch wil tienduizend pond van David hebben. David gaat morrend akkoord. Het gesprek tussen Enoch en David is echter afgeluisterd en dat zorgt voor allerlei gecompliceerde ontwikkelingen. Zo wordt Enoch op een ochtend dood op zijn kamer gevonden. Hij lijkt te zijn vermoord. David Hunter is de hoofdverdachte, omdat Enoch hem chanteerde. Dan verschijnt er een majoor Porter op het toneel die beweert dat Enoch niemand anders was dan Robert Underhay. Dit laatste speelt de familie Cloade natuurlijk geweldig in de kaart. Rosaleen beweert echter hardnekkig dat het verhaal van majoor Porter niet klopt. Een zaak dus voor Hercule Poirot die het onderzoek vervolgens ter hand neemt. Dan wordt majoor Porter in Londen dood aangetroffen. Hij heeft zelfmoord gepleegd, maar een afscheidsbriefje ontbreekt. Poirot gelooft daarom dat hier meer achter zit. Als Poirot weer terug is in Warmsley Vale wil Frances Cloade hem spreken. Poirot weet al waarover. Hij ziet in haar huis namelijk een foto van haar vader en herkent de familietrekken. Enoch Arden was niet Robert Underhay maar Charles Trenton, een achterneef van Frances. Frances schakelde hem in om geld los te krijgen van David. Jeremy zat immers dringend om geld verlegen. Dat lukte allemaal prima. Helaas werd Charles toen vermoord. Frances voelt zich daar nogal schuldig over. Poirot legt haar vervolgens uit dat majoor Porter dan gelogen heeft over zijn identificatie van Enoch als Robert Underhay. Iemand moet de majoor daar dan toe gedwongen of omgekocht hebben. Als dan ook Rosaleen nog dood in haar bed aangetroffen wordt, moet Poirot alle zeilen bijzetten om de zaak tot een oplossing te brengen. Gelukkig doet hij dat ook. Dit boek van Christie (1890 – 1976) verscheen voor het eerst in 1948. De Engelse titel (“Taken at the flood”) is een beetje apart. De woorden zijn afkomstig uit een citaat van Shakespeare in diens drama “Julius Caesar”. Het volledige citaat - in het toneelstuk worden de woorden uitgesproken door Brutus - luidt: “There is a tide in the affairs of men. Which, taken at the flood, leads on to fortune. But omitted, and the voyage of their life is bound in shallows and miseries. On such a full sea are we now afloat, and we must take the current when it serves – or lose the ventures before us”. De betekenis van dit citaat is eigenlijk vrij eenvoudig. Vrij vertaald komt het erop neer dat je het ijzer moet smeden als het heet is. Als de kansen zich voordoen, moet je die dus grijpen. Je moet niet wachten totdat het te laat is. Zo kun je met een schip het beste (uit)varen wanneer het vloed is. Dan is er immers veel water onder het schip beschikbaar. Doe je dat bij eb, dan loop je het risico dat je met je schip vast komt te zitten. Zo is het ook in het boek. De moordenaar - het gaat in feite om David Hunter - grijpt zijn kans als die zich voordoet. In hoofdstuk veertien van boek II wordt overigens de letterlijke Nederlandse titel van het boek door Poirot geciteerd. In hoofdstuk zestien van boek II wordt gezegd dat David bij zijn arrestatie door hoofdinspecteur Spence zelf aangaf een gokker te zijn die weet wanneer het spel uit is. Ook hiermee wordt naar de Nederlandse titel van het boek verwezen. Het boek is spannend en zit vol verrassende wendingen. Om dit laatste stond Christie overigens ook bekend. De liefhebber van een goede detective zal van dit boek smullen!


Boekenarchief.nl