Titel :
De Cock en de wurger op zondag

Auteur(s) :
A.C. Baantjer

ISBN :
9789026101069




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 19.11.2010
Op de Amsterdamse wallen wordt de vijfendertigjarige prostituee Dikke Sonja vermoord aangetroffen. Ze is gewurgd. De rechercheurs De Cock - die er zijn vakantie in Drenthe voor moet afbreken - en Vledder onderzoeken de zaak. Uit onderzoek in het bordeel van Ouwe Miep, waar Sonja werkte, blijkt, dat er niets gestolen is uit het kamertje van Sonja. Roof is dus niet het motief. Ook zijn er geen sporen van een worsteling. Ouwe Miep zelf heeft niets gezien of gehoord. Sonja is door haar man, een zekere Branders, verlaten en ging daarom de prostitutie in om haar drie kinderen te kunnen onderhouden. Dan wordt er weer een prostituee vermoord aangetroffen. Het is Bleke Gonny. Ook zij is gewurgd. In het bordeel van Tante Dien, waar Gonny werkte, worden door De Cock en Vledder geen bruikbare sporen aangetroffen. Ook Tante Dien heeft niets gezien of gehoord. Wel vertelt ze, dat Gonny in feite een hekel had aan mannen en zich voor hen niet snel geheel zou uitkleden. Omdat ze geheel naakt aangetroffen werd, moet ze zich dus bij de moordenaar op haar gemak gevoeld hebben. Vledder stelt vast, dat beide prostituees op zondag vermoord werden. Wanneer De Cock in een cafeetje een glaasje cognac drinkt, ontmoet hij een oude zonderling, Vader Mattias genaamd. Hij is zeer godsdienstig en probeert hoertjes tot een gewoon leven te bekeren, zonder veel succes overigens. De Cock vraagt zich af of Vader Mattias iets met de moorden te maken heeft. Hij volgt hem naar zijn huis, maar kan niets vreemds ontdekken, behalve dan dat halverwege een forse jongeman zich bij Vader Mattias voegt en hem naar huis begeleidt. De Cock en Vledder wonen de begrafenis van Gonny bij. Vader Mattias houdt een toespraak, waarin hij het heeft over Gods toorn en over Sodom en Gomorra. De Cock krijgt daardoor een idee en vraagt Vledder of hij eens bij een priester of dominee wil navragen welke stad in de Bijbel na Sodom en Gomorra vanwege haar zedelijk verderf werd verwoest. Ook Barbara, een prostituee die De Cock goed kent, is op de begrafenis aanwezig. De Cock mag haar graag en wil voorkomen, dat zij wellicht het volgende slachtoffer van de wurger wordt. Hij brengt haar daarom - tegen haar zin overigens - terug naar haar ouders in de provincie. Dan komt Vader Mattias op het politiebureau aangifte doen. Er is bij hem thuis geld gestolen. De Cock vraagt hem via een omweg wat in de Bijbel de naam van de derde stad was die vanwege haar zonden verwoest werd. Dat blijkt Babylon te zijn. De Cock en Vledder gaan Vader Mattias later thuis opzoeken. Ze ontmoeten daar ook zijn zoon Tobias. Deze blijkt goed op de hoogte te zijn van de namen van alle prostituees in Amsterdam. Die informatie haalt hij uit een klapper die hij ten behoeve van het werk van zijn vader - het bekeren van prostituees - bijhoudt. Inzake de diefstal blijkt, dat er tot nu toe twee keer een bedrag van honderd gulden uit een envelop in een bureau van Vader Mattias gestolen is. Dat gebeurde iedere keer op zaterdag. De Cock wil nu een val voor de wurger opzetten. Hij vraagt commissaris Roosje om een vrouwelijke agente die verkleed als prostituee in het kamertje van de echte prostituee Baps moet gaan zitten. De Cock verwacht, dat de moordenaar haar in de nacht van zaterdag op zondag rond half een zal gaan opzoeken en trachten te vermoorden. De commissaris stemt toe en alles wordt in gereedheid gebracht. De Cock, Vledder en de commissaris zitten in een auto voor de deur op wacht. Als het inmiddels een uur op zondagmorgen is geworden, komt De Cock tot de conclusie, dat er iets niet klopt. Dan beseft hij opeens, dat de moordenaar ook bij Barbara kan zitten. Hij vliegt de auto uit, rent naar het adres van Barbara - dat iets verderop is - en treft daar Tobias aan die bezig is Barbara te wurgen. Tobias wordt gearresteerd en Barbara overleeft de moordpoging op het nippertje. Tobias bekent in het daarop volgende verhoor de beide eerdere moorden en De Cock legt Vledder en de commissaris later uit hoe hij wist, dat Tobias de moordenaar was. Hij kwam op het idee door de eerste twee beginletters van Sodom en Gomorra. Deze correspondeerden met de eerste twee letters van de voornamen van de vermoorde prostituees. Daarom wilde De Cock de naam van de derde stad uit de Bijbel weten. De naam van de volgende te vermoorden prostituee zou dan met "Ba" moeten beginnen. Tobias moest de dader wel zijn. Hij kende via de klapper van zijn vader alle namen van de prostituees, hij was beresterk en vond, dat hoererij verdelgd moest worden. Hij stal het geld om de prostituees te kunnen betalen. De Cock dacht, dat Baps het volgende slachtoffer zou zijn, omdat hij Barbara veilig weggebracht had. Hij had er geen rekening mee gehouden, dat zij intussen wel eens teruggekeerd zou kunnen zijn. Dit boek van Baantjer (1923 – 2010) verscheen voor het eerst in 1965. Het is een ongekunstelde detectiveroman met een eenvoudige verhaalslijn en een logische en volstrekt bevredigende ontknoping. Wel kun je de ontknoping al vrij snel zien aankomen, maar dat doet aan de kracht van het verhaal op zich niet af. Het verhaal speelt in de Amsterdamse prostitutiewereld en deze wordt op een buitengewoon menselijke wijze - met veel begrip voor de omstandigheden die tot prostitutie kunnen leiden - beschreven.


Boekenarchief.nl