Titel :
Het geheim van de zevende sleutel

Auteur(s) :
Havank

ISBN :
9789022904008




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 11.10.2009
Hoofdinspecteur Charles Carlier, beter bekend als de Schaduw, viert zijn verjaardag in zijn villa in de Provence. Hij nodigt zijn vrienden uit om hem daar te komen opzoeken. En dus reizen hoofdcommissaris Bruno Silvère, zijn echtgenote Manon, de Amsterdamse hoofdinspecteur Hans Uyttenbogaert, zijn echtgenote Ellie, de Londense hoofdinspecteur Joram Jorkins en Polycarpus Frochot, het hoofd van de dactyloscopische dienst van de Sûreté Nationale in Parijs, af naar het zonnige Zuiden. De Schaduw heeft ook zijn buurman, de rijke Amerikaanse beursmagnaat en financier Henrick de Buyt, uitgenodigd. Deze heeft drie dochters, een drieling, te weten Arcadia, Belinda en Celina. Intussen hebben diverse Europese hoofdsteden last van een toenemende handel in drugs. Het gevolg is, dat er meer mensen sterven. Ook in Parijs valt weer een drugsdode. De politie vermoedt, dat achter dit alles een drugsbende zit die internationaal opereert. Ook in Londen vallen doden door cocaïnegebruik. Miss Elwyn Stafford, een oude bekende van de Schaduw, is in Frankrijk een van de drugssmokkelaars op het spoor. Het is Harry Higgins, die als Obadia Ezechiël Stiggins, een Engelse predikant, van de ene plaats naar de andere reist en in zijn bagage drugs smokkelt. Higgins is op weg naar Italië en hij wordt gevolgd door Elwyn. Beiden worden op hun beurt weer onopgemerkt gevolgd door een medewerker van de Schaduw, een man die bekend staat als Camus Richelieu. Het verjaardagsfeest bij de Schaduw is erg gezellig. Als De Buyt en zijn dochters vele uren later naar huis gaan, genieten de Schaduw en zijn vrienden buiten op het terras nog wat na. De Schaduw hoort dan een auto wegrijden van de villa van De Buyt, even later gevolgd door rumoer en geschreeuw. De chauffeur van De Buyt, Donn O’Hara, komt de Schaduw vertellen, dat er iemand vermoord is. Als de Schaduw en zijn vrienden naar het huis van De Buyt gaan, ontdekken ze in het tuinhuis, dat Arcadia vermoord is. Een lange en scherpe nagelvijl is in haar hart gestoken. De lijkschouwing wijst later uit, dat Arcadia verslaafd was aan cocaïne. De Schaduw vindt de moord hoogst merkwaardig. Hij vermoedt, dat er een connectie is tussen de dood van Arcadia en de opbloeiende drugshandel. Verder blijkt de chauffeur van De Buyt diezelfde nacht opeens verdwenen te zijn. Hij wordt later dood teruggevonden in een auto die door middel van een tijdbom ontploft is. De Schaduw schakelt zijn “particuliere geheime dienst” in om informatie in te winnen. Deze leidt hem naar een bepaalde nachtclub in Parijs. De club zou het Parijse centrum van de cocaïnehandel zijn. De Schaduw laat de club doorzoeken en ontdekt een grote hoeveelheid drugs en adressen van afnemers. In de kleedkamer van de Cubaanse zangeres Co Cacola vindt hij een geheime gang, waardoor de grote baas kennelijk ontsnapt is. Co blijkt overigens in werkelijkheid de zuster van Harry Higgins te zijn en lid van de drugsbende. In Rome heeft Higgins door, dat Elwyn hem volgt. Hij neemt haar gevangen en wil haar vermoorden. Camus weet dat echter te voorkomen door Higgins dood te schieten. Camus laat de Romeinse politie vervolgens het drugscentrum aldaar ontmantelen. Camus brengt Elwyn vervolgens naar de villa van de Schaduw in Frankrijk. De Schaduw is ondertussen, vermomd als harmonicaspeler Carl van Lier, bezig het drugscentrum in Londen op te rollen, uiteraard met medeweten en medewerking van Green. Daarna vertrekt hij naar zijn villa in de Provence voor het slotoffensief. De Schaduw heeft iedereen in zijn villa uitgenodigd en vertelt dan hoe de zaak precies in elkaar steekt. De Buyt is helemaal geen beursmagnaat, maar de leider van de drugsbende. Daar ontleent hij zijn rijkdom aan. Zijn dochters hielpen hem de organisatie te leiden. Arcadia was echter zelf verslaafd geraakt en werd dus een risico. Toen ze haar vader om extra drugs vroeg en deze dat weigerde, dreigde ze de hele zaak aan de politie te vertellen. Daarop vermoordde De Buyt haar. Zijn chauffeur had een en ander gezien en werd dus ook vermoord. Dit voor het eerst in 1951 gepubliceerde boek van Havank (1904 – 1964) is een spitse detective. Het zit vernuftig en logisch in elkaar, alhoewel het thema - de strijd tegen drugs - niet nieuw is. In feite gaat het boek “Polka mazurka” uit 1939 over precies hetzelfde onderwerp. In zoverre is er sprake van een herhaling. Dit boek moet het m.i. dan ook vooral hebben van de enigszins melancholieke sfeertekening en het speelse taalgebruik. Beide zijn meesterlijk. De titel van het boek is enigszins gezocht, vind ik. De Schaduw noemt de diverse aanwijzingen die hem uiteindelijk naar de oplossing van de misdaad geleid hebben “sleutels”. Uiteraard was hij zelf absoluut nodig om de aanwijzingen juist te interpreteren. Daarom is hij zelf de zevende sleutel!


Door : Jan Pietersen | 04.06.2011
Ik was wel onder de indruk


Boekenarchief.nl