Titel :
Spaanse pepers

Auteur(s) :
Havank

ISBN :
9789022904022




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 22.02.2010
Hoofdinspecteur Charles Carlier, bijgenaamd “de Schaduw”, zijn vriendin Aranea Forster, commissaris Bruno Silvère en diens echtgenote Manon zijn op het Spaanse eiland Mallorca te gast bij Harro Vance in diens villa “Las Golondrinas”. Op het eiland is sinds kort een Amerikaanse luchtmachtbasis gevestigd die volgens Don Jaime, het hoofd van de veiligheidsdienst op Mallorca, spionnen aantrekt. Hij heeft daarom de Schaduw gevraagd zijn ogen en oren open te willen houden. Als beloning ontvangt de Schaduw een anonieme boodschap die per kei over de muur van de villa gegooid wordt. Er staat op, dat de Schaduw zich nergens mee moet bemoeien. Wanneer Harro terugkeert van een uitstapje met Aranea en Silvère, heeft hij een gast bij zich, jonkheer Adrian Alexander van Cruytnaghel tot Pepercoeck, locaal beter bekend als Don Queso (“Meneer Kaas”). Volgens Queso is de anonieme boodschap getikt op zijn briefpapier en op zijn tikmachine, maar niet door hem. Zijn huis ligt nogal afgelegen en hij is vaak weg, zodat een indringer de boodschap waarschijnlijk gemaakt heeft. Na het diner arriveren nog twee gasten. Het zijn Vida Vidalamak, echtgenote van de rijke Caduceus Wurzelschnupfer uit Chicago en Michel Plogoff, een vriend van Vida. Vida, vanwege haar Turkse afkomst ook wel de “Sultana” genoemd, woont op een klein eilandje voor de kust. Vida ligt in scheiding met haar echtgenoot die overigens onderweg is naar Mallorca. De Schaduw bespeurt al snel een zekere rivaliteit tussen Plogoff en Queso met betrekking tot Vida. Als Queso naar huis wil gaan, begeleiden Silvère en Manon hem naar het haventje. Als Queso in zijn boot stapt, wordt hij plotseling beschoten. Queso blijft ongedeerd, maar is wel erg geschrokken. Hij heeft geen idee wie de dader is. Manon en Silvère laten het geval over aan de politie en keren terug naar de villa van Harro. Onderweg ontmoeten ze Zebedeus Laudamus, een particulier detective uit New York, die door Wurzelschnupfer ingehuurd is om bewijzen van overspel van Vida te verzamelen. Wurzelschnupfer wil namelijk scheiden, omdat Vida hem tussentijds verlaten heeft en zijn bankrekening blijft plunderen. De Schaduw en Manon besluiten de volgende middag een wandeling in de buurt te gaan maken en het huis van Queso eens te bekijken. Daar treffen ze de zojuist gearriveerde Wurzelschnupfer aan die met een pistool op zoek is naar Queso. Op dat moment komen Queso en Vida met de boot aanvaren. De Schaduw stelt de echtgenoot van Vida buiten gevecht. Wanneer hij met Queso naar diens tikmachine wil gaan kijken, ontdekken ze in de studeerkamer het lijk van een jonge vrouw. Ze is doodgestoken met een mes uit de collectie van Queso. Queso ontkent iets met de moord te maken te hebben, maar neemt wel de benen. Dan arriveren de politie en Don Jaime. Later blijkt, dat zij door Laudamus gewaarschuwd zijn. Laudamus heeft Wurzelschnupfer namelijk naar de villa van Queso gereden. Hij vertelt de Schaduw ook, dat de dode vrouw Encarnación de Tomá was, een nachtclubdanseres, en dat zij voor Don Jaime werkte. Vida en Caduceus hebben zich inmiddels verzoend en zijn naar hun eiland vertrokken. De Schaduw vaart ’s-nachts met een opblaasbootje naar het eiland van Vida. In de villa treft hij Wurzelschnupfer aan die zijn roes ligt uit te slapen. In de slaapkamer treft de Schaduw een levenloze Vida aan; ze is doodgeschoten. De Schaduw ontdekt achter een kamerscherm een verborgen microfoon en vraagt zich af wat dit alles te betekenen heeft. Gaat het hier om chantage of wellicht om spionage? Hij belt de assistent van Don Jaime op en vertelt wat hij ontdekt heeft. Deze belooft versterking te sturen. Wanneer de Schaduw teruggaat met zijn bootje, wordt hij op het strand door twee politieagenten neergeslagen. Zij denken, dat ze de moordenaar te pakken hebben en gooien de Schaduw in de cel. Gelukkig wordt het misverstand gauw opgelost en samen met Don Jaime luistert de Schaduw de in de villa van Vida gevonden bandrecorder af. Ze horen hoe Vida gechanteerd wordt door Laudamus. Hij perst haar geld af, maar Vida wil niet nog meer betalen. Dan klinkt een schot. Laudamus is dus de moordenaar van Vida. Hij wordt gearresteerd en dan blijkt, dat hij bij het schaduwen van Vida ontdekt had, dat ze in de tussentijd buitenechtelijk zwanger was geworden en een dochtertje ter wereld gebracht had, dat echter een paar dagen later stierf. Laudamus chanteerde Vida daarmee. Queso wist dat Laudamus in Mexico, waar Queso een tijd gewoond heeft, betrokken was bij een mysterieuze moord. Queso waarschuwde Laudamus daarom, dat hij Vida met rust moest laten en legde veiligheidshalve afluisterapparatuur in haar kamer aan. Laudamus wilde de bewijzen die Queso tegen hem had vernietigen en ging daarom naar diens huis, waar hij de kluis wist te openen. Hij werd daarbij betrapt door Encarnación, de vriendin van Queso, zag zijn kans schoon en vermoordde haar. Queso zou dan immers verdacht en gearresteerd worden, waardoor Laudamus van Queso af was. Laudamus was ook verantwoordelijk voor de kei met anonieme boodschap en het schieten op Queso in de haven. Dit boek van Havank (1904 – 1964) werd voor het eerst gepubliceerd in 1954. Het is een detective vol zonneschijn. Dat komt natuurlijk in de eerste plaats door de zonnige locatie waar het verhaal zich afspeelt. Harro Vance noemt Mallorca in het boek ergens ook het “land van de eeuwige zomer”. Maar ook het goed in elkaar zittende verhaal heeft een zonnige en positieve uitstraling. Het spelen met taal - een van de specialismen van deze auteur - vindt ook in dit boek weer ruimhartig plaats. Zo vond ik de namen van de adellijke familieleden van Queso heel grappig. Sommigen zullen dit soort humor oubollig vinden. Ik niet. Ik houd er wel van.


Boekenarchief.nl