Titel :
Circus Mikkenie

Auteur(s) :
Havank

ISBN :
9789022904749




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 14.03.2010
Hoofdinspecteur Charles Carlier, bijgenaamd de “Schaduw”, zijn vriendin Aranea Forster en Harro Vance bevinden zich in het Friese Leeuwarden, de geboorteplaats van Harro. Laatstgenoemde moet daar voor “zaken” zijn. Volgens de Schaduw is het echter een kwestie van heimwee en daarom besluiten hij en Aranea Harro te vergezellen. Ze nemen hun intrek in Hotel Amicitia en verkennen de stad. Ze zijn getuige van de intocht van het circus Mikkenie, dat zijn tenten in de stad zal opslaan. Tijdens de optocht herkent Harro iemand die op een paard in de stoet meerijdt. De Schaduw merkt, dat Harro iemand herkend heeft en vraagt zich af wie het is. Via zijn vroegere verloofde Domina Dossielaar - ze werkt bij de recherche en wordt door hem liefkozend “Dossie” genoemd - verneemt Harro, dat het gaat om Philippe Delauze, bijgenaamd “Flippie”, een voormalige inspecteur van de Sûreté Nationale, die nu als Freddie Doncaster bij het circus werkt. Harro neemt Flippie mee naar de Schaduw en onder het genot van een goed glas halen ze herinneringen op. Flippie vraagt de Schaduw eens in het circus te komen kijken, want daar gebeuren de laatste tijd vreemde dingen. Zo is er recent brand in de circustent gesticht, zijn er paarden vergiftigd, werd een trapeze half doorgezaagd aangetroffen en zijn de kooien met wilde dieren ’s-nachts opengezet. De dader is tot nu toe onbekend gebleven. De Schaduw ruikt avontuur en besluit eens een kijkje in het circus te gaan nemen. Voordat het zover is, ervaren hij, Harro en Aranea tijdens een avondwandeling echter aan den lijve, dat het inderdaad niet pluis is in het circus, want ze komen een loslopende leeuw in het park tegen. Het blijkt, dat de kooien weer eens opengezet zijn. In het circus maken de Schaduw en zijn gezellen kennis met directeur Frans Mikkenie. Zijn assistent, stalmeester Frank Drossaert, hebben ze al in het hotel ontmoet. Mikkenie bevestigt het verhaal van Flippie en vraagt de Schaduw om hulp. Hij is bang, dat de zaak binnenkort echt uit de hand gaat lopen. Harro ontmoet intussen een van de trapezeartiesten, Miss Felicity. Zij vertelt hem, dat ze weet wie verantwoordelijk is voor de ongelukken. Ze wil het echter alleen aan de Schaduw persoonlijk vertellen en Harro maakt dus een afspraak voor haar na haar optreden. Tijdens haar optreden valt echter plotseling het licht uit in de tent. Als het licht weer aan is, blijkt, dat Miss Felicity door een met grote precisie geworpen mes vermoord is. De dader is spoorloos. De Schaduw gaat op onderzoek uit en treft Flippie bewusteloos bij de lichtschakelaars aan. Hij was op weg naar het buffet, liep langs de kast met lichtschakelaars en werd toen neergeslagen. Het enige, dat hij zich herinnert is, dat er een man bij de lichtschakelaars stond die een veel te grote geruite pet op had. Hij stond met zijn rug naar Flippie toe en dus kon hij niet zien wie het was. Het mes blijkt afkomstig te zijn uit de messencollectie van Tixé Ycnégrême, de messenwerper van het circus. Ycnégrême ontkent iets met de zaak te maken te hebben, maar constateert wel, dat een van zijn messen gestolen is. Verder wordt het de Schaduw duidelijk, dat de moordenaar een deskundig messenwerper moet zijn, omdat het doel bewoog en het licht uit ging op het moment van de moord. Dit laatste betekent ook, dat de moordenaar een handlanger moet hebben gehad, waarschijnlijk de man met de geruite pet. De Schaduw ontdekt, dat er meer personen in het circus zijn die goed met een mes overweg kunnen, zoals de clown Tinpanelli, de jongleur Cagliostro en de olifantenverzorger Fishby. De Schaduw kent laatstgenoemde beter onder zijn werkelijke naam Galli Gurki. In zijn jonge jaren heeft de Schaduw hem in Marseille een keer gearresteerd wegens het smokkelen van opium. De locale politiecommissaris, Wybe Croningha, gaat zich ook met de moordzaak bemoeien. Hij blijkt trouwens een oude schoolvriend van Harro te zijn. In goede harmonie wordt het onderzoek gezamenlijk voortgezet. De Schaduw en Croningha besluiten alle verdachten nog eens gezamenlijk te ondervragen. Ze beginnen met Ycnégrême. De Schaduw meldt hem, dat hij de moordenaar is. Hij heeft zichzelf in een eerder gesprek met de Schaduw namelijk verraden door te zeggen waar het mes Miss Felicity geraakt heeft. Dat had de Schaduw hem echter niet verteld. Fishby was zijn handlanger; de geruite pet wordt bij hem aangetroffen. Het motief was, dat Miss Felicity erachter was gekomen, dat Ycnégrême en Fishby achter de aanslagen zaten. Zij waren daartoe ingehuurd door enkele Franse circussen die de ondergang van Circus Mikkenie wensten. Ycnégrême bekent en wordt samen met Fishby gearresteerd. Dit boek van Havank (1904 – 1964) verscheen voor het eerst in 1953. Het is precies het vijfentwintigste verhaal van de schrijver. Daar wordt in het boek ook aan gerefereerd, maar de Schaduw blijft er nuchter onder. Hij doet in het boek de volgende mooie uitspraak over dit zilveren jubileum: “Jubilea zijn mijlpalen op de weg naar ’t graf”. Bijzonder is verder, dat het boek geheel in Nederland speelt en dan ook nog eens in de geboorteplaats van de schrijver zelf, namelijk Leeuwarden. Havank verbleef er regelmatig en hij leerde daar ook het circusechtpaar Frans en Vibeke Mikkenie kennen. Circus Mikkenie was tussen 1948 en 1954 het grootste circus van Nederland. Dit boek was de vrucht van zijn veelvuldige ontmoetingen met hen. De meeste critici zijn het er wel over eens, dat het onderhavige boek niet het beste boek van de schrijver is. Laatstgenoemde vond dat zelf overigens ook wel. Ik ben het gedeeltelijk wel eens met de kritiek. De verhaallijn is nogal dun en wordt heel erg uitgesponnen. Ook het taalgebruik is overdreven overdadig en gaat naar mijn mening te veel de boventoon voeren. Met name de epitheta van de Schaduw gaan hier alle perken te buiten. Dat is jammer, want op zich vind ik het verhaal best aardig en origineel.


Boekenarchief.nl