Titel :
De verkavelde bruidegom

Auteur(s) :
Havank

ISBN :




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 03.01.2010
In Nice wacht de chirurg Dr. Louis Dupont, die in werkelijkheid Stanislas Kiskunfelegy heet en de opdrachtgever is van de diefstal van geheime atoomdocumenten uit een laboratorium in de buurt van Parijs, vol ongeduld op Ackmalick Hockmopluck. Hockmopluck is per trein naar Dupont onderweg om hem de documenten te overhandigen. Dupont wil de documenten voor een hoge prijs doorverkopen en dan gaan rentenieren op zijn nieuwe jacht “Nemesis”. In de trein naar Nice bevindt zich ook hoofdinspecteur Charles Carlier van de Sûreté Nationale, bijgenaamd de Schaduw. Hij is op weg naar zijn villa in de Provence. Hij zit toevallig tegenover een knappe jonge vrouw, Elspeth Moira O’Shannon, die hem intrigeert, omdat ze naast een Iers ook een Turks paspoort blijkt te hebben. Verder ontdekt hij in de trein ook enkele goede bekenden van hem, namelijk Sir Richard Aberdeen van de Britse geheime dienst en zijn collega commissaris Bruno Silvère. Beiden zijn vermomd en vermijden angstvallig ieder contact met de Schaduw. Bij een paspoortcontrole in de trein herkent de Schaduw ook enkele mensen van Scotland Yard. Degene die het paspoort van Elspeth controleert is inspecteur Thomas Plumkins van de Noord-Ierse politie. Elspeth blijkt gezocht te worden voor betrokkenheid bij aanslagen door Ierse nationalisten in Londen. Helaas geldt het Engelse opsporingsbevel niet in Frankrijk, zodat Plumkins Elspeth niets kan maken. In Nice wordt Elspeth door een auto met chauffeur afgehaald. In de auto daarachter treft hij Manon, de echtgenote van Silvère, en Aranea Forster aan. Beiden blijken de auto met chauffeur te schaduwen. Die auto is namelijk van Dupont. De Schaduw is gelijk geïnteresseerd, omdat hij Dupont op zijn verdachtenlijstje heeft staan. Dupont is namelijk in zeer korte tijd schatrijk geworden en dat kan onmogelijk alleen van het opereren komen. De Schaduw vraagt zich af wat Elspeth met Dupont te maken heeft. In zijn villa in Cagnes-sur-Mer aangekomen wordt de Schaduw gebeld door een collega van hem bij Interpol, Camus. Deze licht hem in omtrent de diefstal van de atoomgeheimen. Hij vertelt hem ook, dat de paspoortcontrole in de trein te maken had met een grote smokkelaffaire van goud en diamanten. Er is een bende actief die grote hoeveelheden van Engeland naar Frankrijk smokkelt en die zijn hoofdkwartier in Toulon zou hebben. Britten en Fransen werken nu samen om de bende op te sporen. Silvère en Aberdeen hebben de leiding van de operatie. De Schaduw bezoekt in Cap Brun de villa van Dupont. Op een gegeven moment ziet hij daar Hockmopluck met een tas papieren. Als Hockmopluck een bad neemt, bekijkt de Schaduw de papieren en het blijken de gestolen atoomgeheimen te zijn. De Schaduw ontfermt zich over de papieren en stopt andere papieren in de tas. Dan gaat een scheepstoeter en de Schaduw ziet het jacht van Dupont voor de villa verschijnen. Hockmopluck haast zich met de tas aan boord. Nu snapt de Schaduw hoe Dupont aan zijn rijkdom komt: hij houdt zich bezig met spionage. Aan boord vermoordt Dupont Hockmopluck, omdat hij te gevaarlijk voor hem is geworden. Dupont is ook van plan over een tijdje zijn assistent Papoulos, alias Zombo Bulgurky, te vermoorden, zodat hij veilig kan gaan rentenieren. Dan verdwijnt Elspeth. De Schaduw is er inmiddels achtergekomen, dat ze twee jaar geleden door Dupont geopereerd is, inmiddels weer klachten heeft en daarom teruggekomen is. Ze blijkt echter niet in de kliniek van Dupont te zijn, zodat de Schaduw besluit Dupont op te zoeken. Daar aangekomen blijkt, dat Dupont zojuist vermoord is. De dader, Papoulos, wordt buiten gearresteerd. De politie rolt vervolgens het spionagenetwerk van Dupont op. Als de Schaduw in Cagnes het feest van de veertiende juli meeviert, wordt hij geconfronteerd met de plotselinge dood van “Oncle Nicolas” die uitgerekend op zijn zilveren bruiloftsdag overlijdt. Daarom wordt hij “de verkavelde bruidegom” genoemd. Nicolas blijkt te zijn vermoord met curare en zijn schoonzoon blijkt de dader. Silvère komt plotseling opdagen, omdat Nicolas een van de leiders was van de smokkelbende waar hij achter aanzit. De echte leider kan hij echter niet te pakken krijgen. De Schaduw ontmoet Charles Montpellier, de chef-politiearts uit Nice, die met Silvère meegekomen is. Omdat Montpellier zo op G.K. Chesterton lijkt, noemt de Schaduw hem Chester. Intussen is Elspeth vermoord uit zee opgevist. Haar lichaam is vakkundig in stukken gesneden. Volgens Chester, die de autopsie verricht, is ze gedood door ingespoten vergif. Het blijkt hetzelfde vergif te zijn als waarmee Hockmopluck is vermoord. Bij de begrafenis van Elspeth ziet de Schaduw een gedicht aan een bos rozen hangen. Hierdoor en door de getuigenverklaring van een stationslokettiste komt de Schaduw achter de waarheid. Hij ontmaskert dan de moordenaar van Elspeth. Het is Chester. Hij is ook de leider van de smokkelbende. Elspeth wist dat en chanteerde hem. Ze had namelijk geld nodig voor haar politieke activiteiten. Ze wilde honderdduizend dollar hebben. Dat wilde Chester niet geven en toen ze bij hem thuis was om hierover te praten en opeens last kreeg van haar kwaal, zag Chester zijn kans schoon en gaf hij haar een dodelijke injectie, waarna hij haar lichaam in stukken sneed en in zee wierp met de bedoeling om Dupont voor de moord te laten opdraaien. Chester pleegt vervolgens zelfmoord. Dit boek van Havank (1904 – 1964) verscheen voor het eerst in 1952. Het is een spannende detectiveroman met een paar heldere verhaallijnen die goed in elkaar grijpen. Wat opvalt is het barokke taalgebruik. Zo staat op blz. 100 van de eerste druk: “De maan leunde tegen de kantelen van de bergen, en ergens in de stilte blafte lui en traag een hond”. Zo staat het boek vol met dit soort teksten en ook ontbreken de traditionele taalgrappen weer niet.


Boekenarchief.nl