Titel :
De geheime tegenstander

Auteur(s) :
Agatha Christie

ISBN :
9789024548620




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 17.12.2009
Tommy Beresford en Tuppence Cowley zijn oude vrienden en ontmoeten elkaar na de Eerste Wereldoorlog in een restaurant in Londen. Beiden zijn werkloos en hebben weinig geld. Ze besluiten samen te werken en zich te gaan verhuren als avonturiers, waarbij ze bereid zijn alles aan te pakken. Ze besluiten een advertentie te plaatsen om klanten te lokken. Het gesprek tussen Tommy en Tuppence wordt toevallig gehoord door een zekere Whittington. Hij biedt Tuppence een opdracht aan, maar als hij naar haar naam vraagt en Tuppence, die op haar hoede is, de naam Jane Finn opgeeft - deze naam heeft ze toevallig eerder in het restaurant opgevangen -, schrikt hij heel erg en trekt hij de opdracht in. Daarop besluiten Tommy en Tuppence een advertentie te zetten om meer over Jane Finn te weten te komen. Het resultaat is, dat Tommy en Tuppence op bezoek gaan bij een zekere Carter en bij Julius P. Hersheimer. Carter is lid van de Engelse geheime dienst en vertelt hun, dat Jane Finn passagier was op het in 1915 getorpedeerde schip “Lusitania” en dat zij de beschikking kreeg over een geheim verdrag, dat absoluut op de Amerikaanse ambassade in Londen terecht moest komen. Jane werd gered, maar verdween daarna spoorloos met het verdrag. Als het verdrag in verkeerde handen zou vallen, zou dat een communistische revolutie in Engeland kunnen betekenen. Er is al sprake van sociale onrust en daar zit volgens Carter de geheimzinnige “Mister Brown” achter. Van Brown is alleen bekend, dat hij communist is en achter het verdrag aanzit. Carter wil graag, dat Tommy en Tuppence Brown ontmaskeren en verder Jane en het verdrag opsporen. Tommy en Tuppence beloven dat. Ze bezoeken vervolgens de Amerikaanse miljonair Julius Hersheimer. Hij is een neef van Jane Finn en wil haar met behulp van Tommy en Tuppence terugvinden. Tommy en Tuppence nemen Julius daarop in vertrouwen en vertellen hem het hele verhaal. De enige aanwijzing die Tommy en Tuppence hebben is de naam “Rita”. Whittington liet deze in het gesprek met Tuppence namelijk vallen. Aan de hand van de passagierslijst van de “Lusitania” komen ze erachter, dat die roepnaam hoort bij Margaret Vandemeyer. Ze overleefde de ramp en woont nu in Londen. Bij haar flat aangekomen zien Tommy en Tuppence toevallig net Whittington met een andere man - die later Boris Stepanov blijkt te heten - uit Rita’s flat komen. Ze bellen Julius op voor versterking en splitsen zich: Tommy schaduwt Boris, Julius gaat achter Whittington aan en Tuppence slaagt erin een baantje bij Rita te krijgen. Tommy komt in een huis in Soho terecht waar een vergadering van communistische samenzweerders plaatsvindt. Tommy luistert het gesprek af, maar wordt gevangen genomen. Tuppence geeft intussen haar ogen en oren bij Rita goed de kost en ontdekt, dat Rita ook betrokken is bij de samenzwering. Tuppence ontmoet bij Rita ook nog Sir James Peel Edgerton met wie Rita regelmatig uitgaat. Julius volgt Whittington naar Bournemouth waar deze een meisje in een particulier verpleeghuis bezoekt. Omdat Tommy niets meer van zich laat horen, besluiten Tuppence en Julius advies te gaan vragen aan Sir James. Deze stelt voor Rita nader aan de tand te voelen, maar voordat ze daartoe de gelegenheid krijgen wordt Rita vermoord. Dan ontvangt Tuppence een telegram van Tommy en vertrekt naar het opgegeven adres. Tommy is inmiddels echter met de hulp van Annette, een meisje dat in het huis van de samenzweerders werkt, ontsnapt. Hij ontdekt al gauw, dat het telegram aan Tuppence vals is. Uiteindelijk blijkt Annette de echte Jane Finn te zijn en het verdrag op haar kamer verstopt te hebben. Sir James haalt met Tuppence en Jane het verdrag op en onthult daarna, dat hij “Mister Brown” is. Hij wil hen vermoorden, maar wordt dan overmeesterd door Tommy en Julius die zich op Jane’s kamer verborgen hadden. Zij vermoedden namelijk al, dat Sir James Brown was. Sir James pleegt vervolgens zelfmoord. Tijdens een afsluitend feestje vraagt Julius Jane en Tommy Tuppence ten huwelijk. Deze roman van Agatha Christie (1890 – 1976) verscheen voor het eerst in 1922. Het was haar tweede detectiveroman en de eerste met Tommy en Tuppence als hoofdpersonen. Het is een degelijk - zij het hier en daar clichématig - boek met een duidelijk en spannend verhaal. Natuurlijk is het thema van een verdwenen verdrag gedateerd, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het boek. Het boeit tot en met de laatste bladzijde.


Boekenarchief.nl