Titel :
De vier klokken

Auteur(s) :
Agatha Christie

ISBN :
9789024519484




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 03.09.2011
Uitzendbureau Cavendish in Crowdean verhuurt (steno)typistes aan derden. Directrice is Katrien Martindale. Ze krijgt een telefoontje van de blinde lerares Millicent Pebmarsh die om drie uur die middag een typiste nodig heeft. Katrien stuurt Sheila Webb naar Millicent toe, omdat Millicent specifiek naar Sheila gevraagd heeft. Sheila gaat op het afgesproken uur naar het huis van Millicent toe. De deur blijkt open te zijn en binnen treft Sheila naast een staande en een koekoeksklok nog vier klokken aan. De vier klokken wijzen allemaal dertien over vier aan. Op dat moment ziet Sheila een dode man achter de bank liggen. Op hetzelfde moment komt ook Millicent thuis. Sheila raakt overstuur en rent naar buiten, waar ze opgevangen wordt door de passerende Colin Lamb die op zoek is naar huisnummer 61. Lamb belt inspecteur Richard (“Dick”) Hardcastle op die hij nog van vroeger kent. Deze neemt de zaak vervolgens in onderzoek. Hardcastle komt er al gauw achter, dat dit een vreemde zaak is. De dode man blijkt vermoord te zijn met een mes. Niemand kent de dode man echter. In zijn jaszak zit een visitekaartje op naam van R.H. Curry, maar dat blijkt vals te zijn. Millicent ontkent het uitzendbureau gebeld te hebben. Sheila ontkent ooit voor Millicent gewerkt te hebben. Hardcastle en Lamb besluiten om de buren op het Wilbraham Crescentplein maar eens te gaan ondervragen. Op nummer 18 wonen James en Edith Waterhouse. Ze zijn broer en zus. Op nummer 20 woont mevrouw Hemming die een stuk of tien katten heeft. Nummer 61 ligt achter het huis van mevrouw Hemming en wordt bewoond door de aannemer Josaiah Bland en zijn vrouw Valérie Montresor. Valérie heeft recent een grote erfenis gekregen van haar oudoom uit Canada. Volgens Bland heeft dat hen er weer bovenop gebracht. Op nummer 63 bezoeken Hardcastle en Lamb de familie Angus McNaughton. Hij is een gewezen hoogleraar en ze wonen sinds een jaar in Crowdean. Niemand van hen kent de dode man of kan verder iets over de moord vertellen. Hardcastle en Lamb concluderen, dat ze nog niet veel verder zijn gekomen. Lamb legt de zaak daarom voor aan zijn goede vriend Hercule Poirot, die detective is. Poirot zegt Lamb zijn hulp toe. Poirot denkt, dat er in de gesprekken met de buren een aanknopingspunt te vinden moet zijn. Een collega van Sheila, Edna Brent, tobt intussen ergens over en wil inspecteur Hardcastle graag spreken. Als blijkt, dat deze in gesprek is, laat Edna het er verder bij zitten. Dat wordt haar fataal, want ze wordt later vermoord aangetroffen in een telefooncel. Ze is met haar eigen sjaal gewurgd. Hardcastle hoort pas later, dat Edna geprobeerd heeft hem te spreken te krijgen. Hardcastle ontvangt vervolgens een brief van Merlina Rival uit Londen. Zij bevestigt, dat de vermoorde man haar ex-echtgenoot Harry Castleton is. Ze heeft zijn foto in de krant gezien en meldt zich daarom. Merlina is een jaar of vijftien geleden van Harry gescheiden, omdat hij een oplichter was. Hij papte met andere vrouwen aan, ontfermde zich dan over hun spaarcentjes en vertrok vervolgens met de noorderzon. Ook Merlina wordt later met een mes vermoord aangetroffen. Poirot vertelt Hardcastle en Lamb, dat deze moordzaak in feite doodeenvoudig is. Alles wijst naar Katrien en de familie Bland. Katrien heeft Edna vermoord, omdat Edna wist, dat er helemaal geen telefoontje van Millicent geweest was. Katrien loog dus over dat telefoontje. Toen Katrien erachter kwam, dat Edna van plan was naar de politie te gaan, tekende Edna daarmee haar eigen doodvonnis. Katrien is tevens de zuster van mevrouw Bland, die in werkelijkheid Hilda Martindale heet. Hilda is de tweede vrouw van Bland en de erfenis uit Canada was bestemd voor zijn eerste vrouw, Valérie Montresor. Deze was op dat moment echter al overleden en Bland zat in financiële moeilijkheden. Hij wilde het geld dus heel graag hebben. Bland heeft het toen zo georganiseerd, dat Hilda voor zijn eerste vrouw doorging, zodat ze de erfenis in de wacht kon slepen. De dode man kwam ook uit Canada en hij had Valérie gekend. Hij wilde haar opzoeken, maar dan zou het bedrog van Bland natuurlijk uitkomen. Hij moest daarom verdwijnen. Katrien bedacht toen de hele bizarre enscenering van de moord die bedoeld was als afleidingsmanoeuvre. Merlina Rival werd ingehuurd om de dode man achteraf een geloofwaardige identiteit te geven. Toen Merlina problemen begon te geven, werd ze eveneens uit de weg geruimd. Dit boek van Christie (1890 – 1976) verscheen voor het eerst in 1963. Om een paar redenen wijkt dit boek af van de “traditionele” detectiveroman van deze schrijfster. Om te beginnen is daar de manier van vertellen. In dit boek wordt afwisselend in de derde persoon enkelvoud en in de eerste persoon enkelvoud (namelijk door Colin Lamb) verteld. Dat is even wennen. Verder valt op, dat Poirot slechts sporadisch in het verhaal optreedt. Hij blijft op de achtergrond en dient Lamb alleen van advies. Meestal speelt Poirot een grotere en actievere rol en gaat hij ook zelf op onderzoek uit. Dat doet hij hier dus allemaal niet. Dat vind ik jammer, omdat hij toch juist het verhaal zijn charme geeft. Ook opvallend is, dat er in dit boek twee verhaallijnen door elkaar heen lopen die op zich niets met elkaar te maken hebben. De drie moorden staan geheel los van de spionagezaak. Ik vind het wel knap hoe Christie deze twee verhalen door elkaar weeft. Ik vind het sowieso een prima detectiveroman. Het verhaal zit goed in elkaar - hoewel het wel een onwaarschijnlijke geschiedenis is - en de aanwijzingen worden eerlijk over het boek verspreid. Je kunt dus als lezer meepuzzelen. Aan het einde van het verhaal valt alles precies op zijn plaats.


Boekenarchief.nl