Titel :
Het eeuwige toeval?

Auteur(s) :
A. Defresne

ISBN :




Reacties van lezers.

Door : H. Boere | 14.06.2010
(Handgeschreven brief van mijn grootvader) Waddinxveen, 10 oktober 1958 Geachte Heer van Bergen, Naar aanleiding van Uw artikels aangaande het toneelspel van A. Defresne "Het eeuwige toeval" wil ik graag zo mijn mening daarover geven. Vooraf wil ik U mededelen dat het niet in mijn bedoeling ligt in het openbaar met U van gedachten te wisselen. Mocht zo uit mijn schrijven toch iets willen plaatsen dan verzoek ik U mijn naam niet te vermelden. Ook ik las het bedoelde toneelspel. de auteur ken ik niet en ook weet ik niet of en uit welke Godsdienstige overtuiging mijnheer Defresne er toe kwam dit stuk te schrijven. Tevens ben ik er wel van overtuigd dat U Uw mening aangaande de inhoud van het spel gaf met eerlijke bedoeling - maar ik kan het niet met U eens zijn. Mag ik trachten (al is het moeilijk) U mijn eerlijke mening en overtuiging duidelijk te maken? Op de eerste plaats begint volgens mijn mening al het gebeuren niet bij de juffrouw die daar zomaar 'n poos op de brug blijft staan om in de lucht te staren - maar bij de zakkenroller - want al was die juffrouw daar nog twee uur of langer blijven staan zonder de daden van de zakkenroller was er niets gebeurd. Daarover zullen wij het samen wel eens kunnen zijn. Het gaat dus 'n hoofdzaak om de verkeerde daden van de zakkenroller. Deze man stelde daden welke in strijd zijn met Gods zevende gebod en hij stelde deze daad (of daden) vrijwillig dus zondigde hij. De man misbruikte dus de vrije wil welke God aan hem gaf. En dit, het misbruiken van de vrije wil ziet de auteur volgens mijn mening over het hoofd. Ja, de auteur gaat zelfs nog verder, hij suggereert het zo: als zou God de zondige daden van de dief gaan gebruiken om Zijn doel te bereiken. (Lees bladzijde 59 onderaan) "de juffrouw": Alleen de echte God kan de mensen laten doen wat Hij wil!" (iets later bladzijde 60 bovenaan) "Jij (God) stal toch hun zakken en tassen leeg! Jij (God) stopte daarna toch alles in mijn tas? enz. De auteur laat door niemand uit z'n spel deze beschuldiging tegen God gezegd herroepen of recht zetten. Volgens dit alles is naar mijn mening de auteur zover gegaan dat hij (ik hoop dat ik mij vergis) God er van verdenkt eerst aan de zakkenroller Zijn gebod te geven; gij zult niet stelen - en dan die zelfde man laat stelen om Zijn doel te bereiken n.l. de man te treffen die er verderfelijke en onzedelijke praktijken op na houdt. Hiertegen moeten wij met klem protesteren! God is nooit of nimmer in strijd met zich Zelf! ook hiermede zult U het met mij eens zijn. Mag ik nu even 'n voorbeeld gebruiken? Een man zwaar onder de invloed van alcohol zit achter het stuur van z'n auto, hij snelt met 'n vaart (80 of 120 kilometer) over de weg, rijdt op 'n gegeven moment 'n mens dood. Ik noem zoiets niets minder dan ; 'n moord. Mag men nu gaan zeggen; (de vrouw van het slachtoffer stuurde haar man naar de post om b.v. 'n felicitatiekaart welke zij had vergeten te posten nog op tijd bij tante zus of zo te laten bezorgen) Was het nu God... of het toeval of de vrouw die het slachtoffer juist op het moment dat die auto piraat passeerde de weg op zond? Laten wij de zaak toch niet gaan omkeren. het gaat er niet om waarom of waardoor die man (het slachtoffer) op de weg kwam. Waar het om gaat dat is; dat de man achter het stuur zijn vrije wil misbruikte, zondigde tegen Gods gebod. Hij (de wegpiraat) is schuldig aan de dood van een evenmens! Vraag: Had God het slachtoffer kunnen beletten de straat op te gaan? Antwoord: Ja! Maar God deed dit nu niet. Waarom niet? Wij kunnen en mogen God geen wetten stellen en ook niet ter verantwoording roepen. Misschien greep God niet in omdat ook het slachtoffer 'n vrije wil had. Maar wij mogen zeer zeker aannemen dat indien de man achter het stuur Gods geboden had onderhouden de man op de weg niet was vermoord geworden. Oorzaak: misbruik maken van de vrije wil. Gevolg: Leed of dood brengen over z'n evennaasten. God behoeft niet ieder ogenblik de natuurlijke gang der zaken te onderbreken. Is U het met mij eens? Maar het staat als 'n paal zo vast dat het niet God was die de wegpiraat zich liet bedrinken en achter het stuur deed plaats nemen om z'n evenmens te doden. Nu de dood van "de juffrouw" uit het stuk. Ook hier weer hetzelfde liedje. Zij de hartpatiŽnte werd door haar mede verdachten onrechtvaardig en met moedwil beschuldigd en belasterd zodat zij daardoor een ontijdige dood vond. God/ Toeval? Neen! Oorzaak: Misbruik maken van de vrije wil. Gevolg: Dood van 'n evenmens. Mijn conclusie en overtuiging: God is liefde! God is ons aller Goede Vader! en nu zeg ik het profaan. God is er waarachtig niet op uit om met geniepige kneepjes de mensen te treffen of ongelukken te bezorgen. Ik ben er heilig van overtuigd dat 80% van al het leed hetwelk over de mensen komt - oorlogen, broodroof, laster, ontrouw, echtscheiding, (noem maar op) de schuld zijn van de zonde die de mensen begaan. En hoevele mensen zullen er zijn welke aan het begin van de dag aan God vragen of Hij hun wil beschermen voor leed en ongelukken/ En hoevelen zullen er zijn welke 's avonds aan God dank zeggen dat Hij hun de voorbijgaande dag weer heeft beschermd. Ik hoop dat het er velen zullen zijn want dan kunnen zij allen met vreugde en hoop het leven dat God hun schonk beleven. En ook zullen zij dan de verantwoordelijkheid van hun daden begrijpen. U wilt dat alle toneelliefhebbers het stuk van A. Defresne zullen gaan lezen. Maar is U met mij niet bang dat vele niet kritische lezers zullen gaan denken: Zijn wij zelf eigenlijk wel verantwoordelijk voor onze daden? Of is het; God die (weer profaan gezegd) ons overal voor gebruikt? Tot slot onderstreep ik nogmaals mijn overtuiging - niet God brengt zoveel leed over de mensen maar het zijn de mensen zelf, wij allen, die het grote gebod van Jezus, "God beminnen boven alles en de naaste lief hebben als ons zelf" dikwijls... ja veelal dagelijks overtreden ja, zelfs aan de laarzen lappen. Laat de vraag - is het God of het eeuwige toeval ons niet in verwarring brengen maar laten wij eerst en voor alles ons afvragen zijn het niet onze schulden, onze zonden, onze misbruiken van de vrije wil welke weer leed, zorgen en zelfs dood brachten over onze evennaasten. Is U nog de overtuiging toe gedaan dat het toneelspel van de heer A Defresne bijzondere en zeldzame kwaliteiten bezit, mijnheer van Bergen? Gaarne Uw antwoord tegemoet ziende verblijf ik met hoogachting, A. Boere


Boekenarchief.nl