Titel :
Catilinarische redevoeringen

Auteur(s) :
Marcus Tullius Cicero

ISBN :
9789028998018




Reacties van lezers.

Door : Lars van Eesteren | 28.01.2012
In de “Inleiding” geven de vertalers wat achtergrondinformatie over Cicero en Catilina. Marcus Tullius Cicero (106 v. Chr. – 43 v. Chr.) stamde uit de ridderstand. Hij groeide op in Rome en studeerde daar rechten. In 81 v. Chr. was Cicero al een bekende advocaat. In Griekenland studeerde hij nog twee jaar filosofie en welsprekendheid. Na zijn terugkeer in Rome bekleedde hij diverse publieke ambten. Zo was hij o.a. quaestor en aediel en in 63 v. Chr. werd hij consul. In dat jaar speelde ook de samenzwering van Catilina tegen wie de in dit boekje opgenomen vier redevoeringen gericht zijn. Lucius Sergius Catilina (108 v. Chr. – 62 v. Chr.) stamde eveneens uit een adellijk - zij het verarmd - geslacht. Hij nam het niet zo nauw met de waarheid en maakte zich ook schuldig aan omkoping. Hij dong eveneens naar de diverse publieke ambten, waarvan hij die van quaestor en aediel vervulde. Hij stelde zich ook een aantal keren kandidaat voor het consulschap, maar verkreeg deze functie - zeer tot zijn ongenoegen - niet. Dit zou de aanleiding geweest zijn voor zijn poging tot een staatsgreep. Cicero wist deze echter te verhinderen. In de eerste redevoering geeft Cicero in de senaat aan, dat de samenzwering van Catilina inmiddels bekend geworden is en dat hij als consul zijn tegenmaatregelen genomen heeft. Zo worden de belangrijkste gebouwen nu bewaakt. Cicero geeft aan, dat Catilina eigenlijk al lang ter dood gebracht had moeten worden, maar dat er nu goede redenen zijn om dat niet te doen. Cicero beschuldigt Catilina er verder van hem te hebben willen vermoorden. Doordat Cicero vooraf door zijn informanten geďnformeerd werd, kon hij de moordaanslag voorkomen. Daarom is Cicero nu zeer alert en laat hij Catilina zeer goed in de gaten houden. Cicero beschuldigt Catilina ervan met de vijand te heulen. Overal zijn zijn manschappen immers actief. Ze stoken en ruien iedereen op. Cicero stelt, dat het hem beter lijkt Catilina nu niet te doden. Anders zou men hem misschien wreed en tiranniek vinden. Bovendien ruim je daarmee het probleem nog niet op, want Catilina’s trawanten zijn er natuurlijk ook nog. Daarom is het beter Catilina in ballingschap te laten gaan; zijn trawanten zullen hem daarin dan volgen, waarna Rome van dit gespuis gezuiverd zal zijn. In de tweede redevoering vertelt Cicero aan de bevolking van Rome, dat Catilina de stad inmiddels verlaten heeft. Daardoor vormt Catilina nu geen gevaar meer. Cicero legt verder uit waarom hij Catilina niet gelijk ter dood gebracht heeft. Het ging Cicero er primair om aan te tonen, dat Catilina bezig was met een samenzwering tegen de staat. Die heeft hij nu aangetoond. Cicero hoopt verder, dat ook alle aanhangers van Catilina de stad nu zullen verlaten. In zijn ogen zijn het allemaal zwakkelingen en dus niet erg gevaarlijk. De zogenaamde stille aanhangers van Catilina wil Cicero met argumenten proberen te bekeren tot de goede zaak. Daarnaast staan de goden aan de kant van Rome, aldus Cicero. In de derde redevoering geeft Cicero aan het volk een opsomming van de maatregelen die hij tegen de samenzwering van Catilina genomen heeft. Zo liet hij het leger de samenzweerders oppakken. Uit de verhoren en de in beslag genomen stukken bleek vervolgens duidelijk, aldus Cicero, dat er een samenzwering aan de gang was. Cicero riep toen de senaat bij elkaar om te vragen wat er nu verder moest gebeuren. Cicero geeft aan wat de reactie van de senaat was. De senaat prees Cicero voor zijn tegen de samenzwering ondernomen acties. Cicero gaat vervolgens nog in op de gevaren die de samenzwering voor Rome inhield. Cicero dankt de goden voor hun sturing en bescherming, want hij stelt, dat zij het zijn geweest die hem tot de juiste daden gebracht hebben. Cicero sluit zijn redevoering af met enkele opmerkingen over zijn eigen verdiensten voor de staat. Hij vindt zichzelf voldoende beloond als de mensen zich zijn daden zullen blijven herinneren. In de vierde redevoering gaat Cicero in de senaat in op de straffen die de samenzweerders zouden moeten krijgen. Het zou de doodstraf of een andere zware straf kunnen zijn. Cicero beschouwt vervolgens de argumenten pro en contra hiervan. Cicero roept de senaat op om een juist oordeel over de samenzweerders te vellen, dat in het belang is van Rome en het Romeinse Rijk. Het volk staat overigens geheel achter de senaat, aldus Cicero. Cicero zelf is er als consul ook klaar voor om de maatregelen te nemen die het gevolg zullen zijn van het oordeel van de senaat. Tot slot blaast Cicero nogmaals de loftrompet over zichzelf. Hij heeft zich maximaal en met succes ingespannen om de samenzwering van Catilina te bestrijden. Hij wil daarvoor geen andere dank hebben dan de blijvende herinnering hieraan in de gedachten van de senaat en het Romeinse volk. Deze vier redevoeringen van Cicero (106 v. Chr. – 43 v. Chr.) verschenen voor het eerst in 60 v. Chr. Ze behoren tot de meest bekende van Cicero. Het zijn geen studeerkamerverzinsels, maar echt uitgesproken redes. Wel is het zo, dat Cicero de redevoeringen later om literaire redenen wat verfraaid heeft en vervolgens uitgegeven heeft. Het zijn klassiek geworden teksten. Het enige dat ik er storend aan vind is de zelfgenoegzaamheid van Cicero. Hij is kennelijk nogal tevreden over zichzelf. Zo zegt hij bijvoorbeeld luid en duidelijk hoe goed de senaat hem wel vond. Op die manier komt Cicero op mij over als een beetje ijdele man. Ik vond het leuk om deze teksten nu eens integraal in het Nederlands te lezen. Ik had dat nog niet eerder gedaan. De (Vlaamse) vertaling is hier en daar overigens wel wat aan de archaďsche kant - de eerste druk van dit boekje stamt ook al uit 1946 -, maar volgt, voor zover ik dat kon nagaan, getrouw de oorspronkelijke Latijnse tekst.


Boekenarchief.nl